Hij werd te Turnhout geboren op 22 mei 1857 en overleed er op 27 mei 1929. Amper 25 jaar oud werd hij directeur van de Muziekschool, namelijk op 16 oktober 1882 : hij zou het veertig jaar lang blijven, en wel tot 02 oktober 1922. Volksvertegenwoordiger en Schepen Van Hoeck hield volgende lijkrede :

Mijnheeren,

De Stad verliest uit haar midden één harer meest-markante persoonlijkheden.

En zij wil dan ook, in naam van haar Burgemeester, die betreurt door familie-aangelegenheden elders geroepen te zijn, in naam van haar Schepencollege en gemeenteraad, een laatste hulde van diepe waardeering brengen aan hem, die er heerlijk heeft toe bijgedragen om de Stad Turnhout in haar faam en haar eer op roemvolle wijze te “dienen”.

Ik zeg “dienen”, want waar de heer Emiel Verrees optrad, ‘t zij als organist en kapelmeester der St. Pieterskerk, ‘t zij als bestuurder onzer stedelijke muziekschool, ‘t zij als privaat leeraar, ‘t zij als componist, overal en op alles werd de stempel gedrukt van een warm hart en een rijken geest in den dienst van de veredeling van ons volk.

We zijn er hem dankbaar voor en met ons heel de bevolking dezer stad.
De heer Emiel Verrees was een talentvol meester in de kunst, voor wien de techniek der muziek geen geheimen telde en die zelf onzen muzikalen schat verrijkte met eigen scheppingen, vol oorspronkelijkheid, rijk aan melodie en gevoel.

Ievervol leeraar en bestuurder, vaardig organist en kapelmeester, bekwaam orkestleider, wist hij in onze stad prachtige scharen van ervaren muziekminnaars in ‘t leven te roepen en door de muziek op te wekken, met het heerlijk optimisme dat hem altijd kenmerkte, de verhevenste en edelste gevoelens bij ons volk.

Onbaatzuchtig stond hij te midden zijn volk, het beheerschend door zijn gave kracht en zijn prachtig talent.

Turnhout en dezes bevolking zullen in erkentelijke waardeering zijne groote nagedachtenis blijven eeren.

Achtbare Mevrouw, Dames en Heeren, echtgenoote en kinderen van den “goeden” man, wiens heengaan we betreuren, moge zij voor u versterkend, opbeurend, troostvol wezen de gedachte dat uw man en uw vader te allen tijde een “eerlijk” man is geweest, wiens verdienstelijk bestaan een zegen was voor ons Turnhoutsche volk, wiens voorbeeldigen levenswandel, wiens zedelijke en burgerlijke deugden immer de uitstraling zijn geweest van een goed hart en een schoonen geest.

Zijne Heiligheid de Paus en Zijne Majesteit de Koning wisten naar waarde dit verdienstelijk en vruchtbaar leven te verheerlijken.

De Heer gaf hem in betere oorden reeds de eeuwige belooning.
Wij schrijven hem op in onze stadsannalen en in ons hart, trouw en dankbaar, als een der besten onder ons volk.

J.B.E.Verrees liep Conservatorium te Antwerpen waar hij o.m. Jan Blockx als leraar had, aan wie hij trouwens zijn „Nachtlied des Reizigers” zou opdragen, een lied „op metrische tekst naar Goethe, van Jos Van de Vijver”.

In 1889 herdacht Turnhout de honderdste verjaardag van de Slag van Turnhout. Dergelijke herdenking was trouwens ook al gebeurd op 9 en 10 oktober 1864, naar aanleiding van de 75ste verjaardag. Emiel Verrees schreef toen de

Feest-Kantate
De Slag van Turnhout
gecomponeerd ter gelegenheid der
Eeuwfeesten van Turnhout
uitgevoerd
den 23sten Augustus en den 23 September 1889
Gedicht van J. Van Wamp


Deze „Feest-Kantate” en de kantate „Turnhout’s Glorie” van Franz Andelhof op tekst van Nestor De Tière werden samen op de Grote Markt uitgevoerd door 500 zangers en muzikanten.

Nog hetzelfde jaar werd uit die „Feest-Kantate” de „Krijgsmarsch” uitgegeven voor 4-stemmig koor met pianobegeleiding.

Het was blijkbaar niet alleen omdat Emiel Verrees directeur was van de Muziekschool dat hij voormelde kantate besteld kreeg, maar ook wel omdat hij reeds enkele composities op zijn naam had staan die hem bekendheid hadden gegeven. Een in zijn tijd graag gezongen lied van Emiel Verrees was „Erlafmeer” op een gedicht van Mayrhofer, metrisch vertaald door J. Van de Vijver.

J.B.Emiel Verrees was uiteraard ook lid van de kring „Amicitia” waarvoor hij talrijke stukken schreef voor fanfare en symfonie. Voor deze vereniging componeerde hij ook een feestcantate ter gelegenheid van haar 25-jarig bestaan op een tekst van J.L. van Wamp (pseudoniem van J.L.Lavrysen).

Als organist-kapelmeester van de St.-Pieterskerk schreef hij heel wat religieuze werken voor mannenkoor. Hij was er uiteindelijk 50 jaar organist, even lang muziekleraar aan het Instituut Heilig Graf en 47 jaar leraar aan het St.-Jozefcollege.

Verrees was gehuwd met C.J.Maria Verhoeven (Lier 30 03 1863 - Turnhout 17 01 1937). Zij hadden negen kinderen waaronder August (1884-1957) orgelvirtuoos en organist van de Kathedraal van Namen, Aloys (1881-1967) pianofabrikant en schepen, Leon (1893-1947) professor orgel aan de universiteit te Syracuse N.Y. (VS), Jozef Paul (1889-1942) schilder en etser en directeur van de Stadstekenschool en Emiel Constant (1892-1968) directeur van de Turnhoutse Muziekacademie en professor aan het Conservatorium te Antwerpen.

In Turnhout is de Emiel Verreesstraat de verbinding tussen de Kruishuisstraat en de Vlamingenstraat.

(uit Maurits DUYCK, TURNHOUTSE KOORCOMPONISTEN van de 16e eeuw tot vandaag, Turnhout)

Aloys (1881-1967)
August (1884-1957)
Jozef Paul (1889-1942)
Emiel Constant (1892-1968)
Leon (1893-1947)

pianofabrikant en schepen in de stad Turnhout
hij leerde de stiel van een pianobouwer in Leipzig
de winkel was gelegen op de Place du Château en het magazijn in de Rue Neuve 7

Op 18jarige leeftijd behaalde hij aan het Lemmensinstituut met grote onderscheiding de diploma's voor piano, orgel, harmonie, contrapunt en fuga. Hij volgde toen lessen bij Edgard Tinel.
Twee jaar later is hij leerling aan het Koninklijk Muziekconservatorium te Antwerpen bij Jan Blockx en Paul Gilson.
In 1906 bekomt hij de plaats van organist aan de Kathedraal van Namen in opvolging van de overleden A.Desmet en dit bleef hij tot 1949.
Hij schreef ondermeer een Psalm 150 voor 4 gelijke stemmen en groot orgel, de kantate Cloches et Carillons voor sopranen en alten met orkest, een Te Deum en een Messe voor 4 gelijke stemmen. Deze laatste mis werd in eerste uitvoering gegeven door het koor van de Kathedraal in de Kerk van de Zavel te Brussel in aanwezigheid van H.K.H. Prinses Marie-José.

Zijn zoon Jean Verrees (°Namen 05 04 1925- + Vedrin 05 10 2002) volgde zijn vader op aan diezelfde kathedraal. Hij was er organist van 1950 tot 1997. Jean was getrouwd met Josiane Bouveroux.

schilder en etser
directeur van de Stadstekenschool

Vanaf zijn zestiende ging hij aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen studeren en volgde hij les bij Edward Verheyen (harmonie), August De Boeck (harmonie), Arthur de Hovre (orgel), en Lodewijk Mortelmans (contrapunt). De Eerste Wereldoorlog gooide echter roet in het eten: Verrees was genoodzaakt om zijn studies plotseling stop te zetten en besloot dienst te nemen als oorlogsvrijwilliger. Na de wapenstilstand hervatte hij zijn studies met volle inzet en bekroning. Hij maakte de laatste twee jaar van zijn studies rond aan het Conservatorium van Parijs bij André Gédalge die hem de laatste finesses van contrapunt en fuga bijbracht. In 1919 keerde hij terug naar het Conservatorium van Antwerpen en een jaar later legde hij zijn eindexamen af. Zijn honger naar bijleren was achter nog niet gestild. Hij ging bij Lodewijk Mortelmans nog vormleer, analyse en instrumentatie studeren en behaalde in 1922 zijn diploma, eveneens aan het Conservatorium van Antwerpen.

Verrees behaalde voor orgel (1914), contrapunt (1920) en fuga (1922) het diploma met grootste onderscheiding, een prestatie die niet veel voor kwam. Daarnaast was hij een verdienstelijk beiaardier: op zijn achttiende won hij de Internationale Beiaardwedstrijd te Mechelen en een jaar later werd hij tweede op de Internationale Beiaardwedstrijd van Brugge. Reeds voor de oorlog, in 1914, behaalde hij de Jozef Callaertsprijs voor orgel en hij won tweemaal de prestigieuze compositieprijs Albert De Vleeshouwer: een eerste maal in 1920, een tweede maal in 1925 met zijn Aria voor hobo en piano. Al deze onderscheidingen maakten van hem een gewaardeerde muziekautoriteit in Turnhout en omstreken.

Na zijn studies trad Verrees opnieuw in de voetsporen van zijn vader: hij werd in 1922 directeur van de muziekschool van Turnhout die onder zijn beheer bevorderd werd tot muziekacademie in 1928. Vanaf 1928 nam hij de functie van harmonieleraar aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen op zich, op vraag van zijn oud-leraar Lodewijk Mortelmans. Verrees bleef tot aan zijn pensioen in 1957 verbonden aan het Antwerpse Conservatorium.

Hij studeerde aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium te Antwerpen waar hij ondermeer Eerste Prijzen Cello en Orgel behaalde.
In 1920 vertrok hij naar de Verenigde Staten en was er verschillende jaren werkzaam als organist te Scranton (Pensylvania).
In 1935 won hij de Diapason Prize met zijn compositie
O God, our help in ages past. Nadien in 1942 werd hij professor Orgel en Harmonie aan de universiteit van Syracuse te New York in opvolging van Earl Stout.
Hij overleed aan een onverbiddelijke slepende ziekte op 26 april 1947.

Op 6 oktober 1947 speelde Flor Peeters een memoriam-recital aan de universiteit van Syracuse met o.m.
O God, our help in ages past.